
Mijnbouwwet
Artikel 55
1
Een wijziging in paragraaf 5.1.1.2., met uitzondering van een wijziging die het gevolg is van toepassing van artikel 58, derde lid, is niet van toepassing op de houder van een voor de inwerkingtreding van die wijziging verleende opsporingsvergunning, tenzij die houder om toepassing van de gewijzigde paragraaf verzoekt.
2
Een wijziging in paragraaf 5.1.1.2., met uitzondering van een wijziging die het gevolg is van toepassing van artikel 58, derde lid, in paragraaf 5.1.1.3. of in paragraaf 5.1.1.4., met uitzondering van artikel 68, eerste lid, is niet van toepassing op de houder van een voor de inwerkingtreding van die wijziging verleende winningsvergunning, tenzij die houder om toepassing van de gewijzigde paragrafen verzoekt.
3
Een verzoek, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt schriftelijk bij Onze Minister ingediend binnen drie maanden na de dag waarop die wijziging in werking is getreden.
4
Onze Minister geeft aan een verzoek, als bedoeld in het eerste en tweede lid, gevolg, tenzij naar zijn oordeel het algemeen belang zich daartegen verzet.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.